Onderzoeken 2017-02-17T10:59:40+00:00
ik wil me graag aanmelden

ONDERZOEKEN

Bloedonderzoek

Van iedere zwangere willen we graag weten wat de bloedgroep, Rhesus d- en Rhesus c-factor is. Daarnaast wordt gekeken of er antistoffen in je bloed aanwezig zijn die mogelijk schadelijk zijn voor je kind. Ook wordt er getest op een aantal infectieziekten: lues of syfilis (geslachtsziekte), hepatitis B (leverziekte) en HIV-antistoffen. Deze infectieziekten zijn te behandelen tijdens de zwangerschap, waardoor de kans op overdracht naar de baby zo klein mogelijk wordt.
Tevens worden het hemoglobinegehalte/Hb (het ijzergehalte) en het glucosegehalte (bloedsuiker) bepaald. Deze laatste bloedonderzoeken worden nog tweemaal herhaald in de loop van de zwangerschap.

Rhesus d-negatief
Zoals gezegd laten we je bloedgroep bepalen in het begin van de zwangerschap. Hierbij wordt ook gekeken naar de Rhesus d-factor. Ongeveer 84% van de mensen heeft de rhesusfactor en is hiermee Rhesus d-positief. Bij de overige 16% ontbreekt de rhesusfactor, deze mensen noemen we Rhesus d-negatief. Als een Rhesus d-negatieve zwangere vrouw een Rhesus d-positief kind verwacht, kan deze Rhesus d-factor van het kind aanleiding zijn tot het vormen van antistoffen door de moeder. Deze antistoffen kunnen via de navelstreng het bloed van de baby bereiken en afbreken, waardoor deze, of een volgende baby bloedarmoede kan krijgen. Tijdens de zwangerschap is er een kleine kans dat er bloed van de baby in de bloedbaan van de moeder komt. Bij de geboorte is die kans een stuk groter.

In de 27e week van de zwangerschap wordt er opnieuw bloed geprikt om te onderzoeken of er antistoffen zijn tegen Rhesus d. In hetzelfde bloed bepaalt het laboratorium ook de Rhesus d-bloedgroep van jullie kind. Hiervoor gebruiken ze erfelijk materiaal (DNA) van de baby dat in kleine hoeveelheden aanwezig is in jouw bloed.
Als de baby Rhesus d-negatief heeft, hoeft er verder niets meer te gebeuren. Er is dan namelijk geen kans op de aanmaak van Rhesus d-antistoffen.
Als de baby Rhesus d-positief is, krijg je in week 30 een injectie met anti-Rhesus d-immunoglobuline. Deze injectie maakt de kans erg klein dat je zelf antistoffen gaat vormen die de baby ziek zouden kunnen maken. De baby merkt niets van deze prik en loopt geen enkel risico. Na de bevalling krijg je opnieuw een injectie met anti-Rhesus d-immunoglobuline. Hierdoor wordt voorkomen dat je antistoffen maakt, die een eventuele volgende baby ziek zouden kunnen maken.

Rhesus c-negatief
Ongeveer 18% van alle zwangeren heeft bloedgroep Rhesus c-negatief. Soms maken vrouwen met deze bloedgroep Rhesus c-antistoffen tegen het bloed van de baby als de baby Rhesus c-positief is. Deze antistoffen kunnen bloedarmoede bij de baby veroorzaken.
In deze week van de zwangerschap laten we daarom een extra bloedonderzoek doen bij zwangeren met een Rhesus c-negatieve bloedgroep om te kijken of er antistoffen zijn aangemaakt tegen Rhesus c. Als het laboratorium geen antistoffen vindt, zijn er geen extra onderzoeken meer nodig.
Als het laboratorium wel Rhesus c-antistoffen vindt in je bloed, wordt er verder onderzoek gedaan. Afhankelijk van de hoeveelheid antistoffen krijgen wij een advies binnen van het laboratorium over welke verdere onderzoeken we moeten aanvragen. Als dit van toepassing is, krijg je hier van ons natuurlijk meer informatie over.

Echo

Tijdens je zwangerschap kunnen er verschillende redenen zijn om een echo te laten maken. In principe zijn de volgende echo’s standaard in de zwangerschap.

Vroege echo
Voordat je op de eerste afspraak komt, bieden we je de mogelijkheid aan om een vroege echo te laten maken. Dit is een echo om te kijken of er sprake is van hartactie, een intacte zwangerschap (intacte graviditeit). Deze echo wordt gemaakt als je tussen de 7 en 8 weken zwanger bent. Over het algemeen is dit een vaginale (inwendige) echo. De uitslag van deze echo zegt niks over je uitgerekende datum.

Termijnecho
De eerste echo krijg je tussen de 8 en 12 weken zwangerschap, de zogenaamde termijnecho. Tijdens deze echo wordt de duur van de zwangerschap gecontroleerd en wordt vastgesteld of het vruchtje zich in de baarmoeder bevindt en of het hartje klopt. De termijnecho heeft niet als doel om aangeboren afwijkingen op te sporen. Soms kunnen er toch bijzonderheden of afwijkingen gezien of vermoed worden. De echoscopist stelt jullie daarvan direct op de hoogte. Indien het jullie wens is om niet op de hoogte gebracht te worden van eventuele afwijkingen dan dien je dit voor het onderzoek te bespreken. De uitslag krijgen wij rechtstreeks toegestuurd.

20-wekenecho
De vraag of het kind wel gezond zal zijn, houdt veel ouders bezig. Gelukkig komen de meeste kinderen kerngezond ter wereld.
Rond de 20e zwangerschapsweek zal het Structureel Echoscopisch Onderzoek (SEO) verricht worden, ook wel de 20-wekenecho genoemd: een onderzoek met echoapparatuur om te bekijken of de aanleg van het kind helemaal in orde is. Bij de tweede zwangerschapscontrole zal je gevraagd worden of je van dit onderzoek gebruik wenst te maken en kun je hierna zelf een afspraak plannen op een dagdeel rond de 20e week. De echo wordt standaard vergoed door je zorgverzekeraar. Tijdens het spreekuur zullen wij je meer vertellen over de voor- en nadelen van de 20-wekenecho.
De echo is een medisch onderzoek en dus geen pretecho. De 20-wekenecho brengt de grote structuren en organen van de baby in beeld, bijvoorbeeld de ruggengraat. Men kijkt naar de maag, de blaas en de nieren. Je kunt meestal al vingertjes en teentjes tellen. Deze uitgebreide echo zegt niets over het karakter of het verstand van het kind, want een echo is beperkt. Ook hartproblemen zijn moeilijk te herkennen.
De echoscopist zal direct na het onderzoek vertellen of hij/zij bijzonderheden gezien heeft, je krijgt dus meteen de uitslag van het onderzoek.
Naar het geslacht van het kindje kan ook worden gekeken, maar dit is niet het doel van de echo. Wil je het geslacht graag weten? Geef dit dan aan bij de echoscopist.
De 20-wekenecho kan je geruststellen over de gezondheid van het kind, maar de uitslag kan je juist ook ongerust maken of je voor moeilijke keuzes stellen. Je bepaalt altijd zelf of je een echo wilt en of je bij een ongunstige uitslag en na uitleg van een specialist een vervolgonderzoek wilt laten doen.
Maak voor deze echo bijtijds een afspraak bij een van de twee ziekenhuizen.
De uitslag van de echo wordt naar ons opgestuurd.

Liggingsecho
We geven je de mogelijkheid rond 35 weken nog een echo te maken om te kijken naar de ligging van de baby. Het is natuurlijk belangrijk de ligging van je kindje zeker te weten voordat je gaat bevallen. Mocht je kindje op dat moment in stuitligging liggen, dan is er nog tijd om je door te verwijzen naar de gynaecoloog om je kindje te keren en mogelijk andere afspraken te maken ten aanzien van de bevalling. De uitslag van de echo wordt ons toegestuurd.

Naast deze standaardecho’s zijn er nog verscheidene indicaties waarvoor wij je kunnen doorverwijzen voor een echo, bijvoorbeeld bloedverlies, grote of kleine uitzetting van de buik of placentalokalisatie.

Aanvullend prenataal onderzoek

Combinatietest Tussen de 11e en 13e week van de zwangerschap bestaat ook de mogelijkheid om, een kansbepaling op de chromosoomafwijkingen trisomie 13 (Syndroom van Patau), trisomie 18 (Syndroom van Edwards) en trisomie 21 (Syndroom van Down) te laten verrichten. Deze test wordt ook wel de combinatietest genoemd. De kans wordt bepaald aan de hand van de echoscopisch gemeten nekplooi van de baby, bloedonderzoek en de leeftijd van de moeder. Wanneer er een verhoogd risico bestaat, kun je verder onderzoek laten verrichten waarna een definitieve uitslag volgt. Als jullie er nog niet uit zijn kan deze link je helpen:
www.kiesbeter.nl

De combinatietest wordt niet door alle verzekeringsmaatschappijen vergoed. Wanneer je geen medische indicatie hebt, kan het zijn dat je de rekening van dit onderzoek zelf moet betalen.
De kosten hiervoor bedragen ongeveer €160,-

Indien je een afwijkende combinatietest hebt, is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk een NIPT-onderzoek te laten verrichten. Meer hierover op www.meerovernipt.nl

Hebben jij en / of de vader van het kind zelf een erfelijke aandoening of komen er in de directe familie (broers, zussen en kinderen van broers en zussen) aangeboren afwijkingen of een syndroom voor, dan kan dit een reden zijn voor aanvullende diagnostiek als jullie dit willen. Bij de intake willen we dan graag zoveel mogelijk informatie over deze aangeboren afwijkingen of syndromen binnen jullie familie. Mocht er aanleiding zijn voor aanvullend onderzoek in de vorm van een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie, dan verwijzen we je door naar de afdeling Prenatale Diagnostiek. Hier zijn gynaecologen werkzaam die in overleg met jullie gaan bekijken wat de beste manier is om zoveel mogelijk informatie te verzamelen over jullie ongeboren kindje. Dit alles mag, maar hoeft niet. Welk besluit jullie ook nemen, wij respecteren jullie keuze.
Er is op de praktijk anderstalige informatie beschikbaar. Wil je informatie in je moedertaal, neem dan contact op met de praktijk.