Klachten in en na kraamtijd 2017-02-17T11:59:15+00:00
ik wil me graag aanmelden

KLACHTEN IN EN NA DE KRAAMTIJD

De bevalling is achter de rug. Dit is vaak een hele opluchting. Toch kun je in je kraamweek nog tegen verschillende ongemakken aanlopen. Hierdoor zit je soms minder lekker in je vel en kun je ook minder makkelijk uit de voeten. Dit kan soms frustrerend zijn! Weet dat geduld loont. Investeer tijdens de eerste kraamweek door middel van voldoende rust te nemen in je eigen herstel. Na de eerste kraamweek zul je merken dat je je alweer een stuk beter voelt.

Hechtingen

De meeste vrouwen hebben na de bevalling hechtingen. Deze kunnen op verschillende plaatsen zitten, zoals in de vagina, de schaamlippen of in het perineum (gedeelte tussen de vagina en de anus). Het is belangrijk om de wond in je kraamweek schoon te houden. Wissel regelmatig van maandverband en spoel regelmatig met water. Ga tijdens je rustuur ook eens met blote billen op bed liggen, zodat er lucht bij de wond kan komen. Ga op de hechtingen zitten, het liefst op een harde ondergrond. Verder kun je de hechtingen koelen met koude kompressen en paracetamol nemen.

Er kan op verschillende manieren gehecht zijn; onderhuids of zichtbaar aan de buitenkant. De genezing begint al na een paar dagen. Je kunt de hechtingen voelen trekken of het begint zelfs te jeuken. Dit zijn tekenen van genezing. De kraamverzorgster controleert de hechtingen om te zien of het goed geneest en er geen tekenen zijn van infectie. Alle hechtingen lossen zelf op. In het geval je veel last hebt van hechtingen die uitwendig zichtbaar zijn, bestaat de mogelijkheid dat we deze aan het einde van je kraamweek verwijderen.

Het is heel persoonlijk hoelang je last blijft houden van de wond en/of het littekenweefsel. Over het algemeen geldt dat de wond zes weken na de bevalling volledig genezen zou moeten zijn. Het is hierbij normaal dat het anders aanvoelt dan voorheen. Het littekenweefsel kan stugger en dikker aanvoelen. Op het moment dat het vaginale bloedverlies gestopt is en de wond goed genezen, kun je het littekenweefsel masseren met Calendulazalf, vitamine E créme of perineumolie (Weleda) om het litteken wat soepeler te maken.

Borsten

Stuwing
Een aantal dagen na je bevalling kunnen je borsten pijnlijk en gezwollen aanvoelen. Dit heet stuwing. Stuwing ontstaat doordat je lichaam meer bloed en vocht naar de borsten stuurt. Het is normaal en gaat ook weer over. Bij borstvoedende vrouwen is stuwing een teken dat de borstvoeding op gang komt. De ergste stuwing kun je voorkomen door de baby de eerste dagen en nachten vaak te laten drinken. De stuwing verdwijnt, zodra de melkproductie is afgestemd op de behoefte van de baby. Helaas hebben flesvoedende vrouwen vaak ook last van stuwing, omdat het lijft nog denkt dat ze borstvoeding moet aanmaken.

Tips voor stuwing zijn het koelen van de borsten met koude kompressen (bijvoorbeeld natte maandverbanden in de diepvries leggen of boterhamzakjes met appelstroop invriezen, deze blijven vormbaar), witte koolbladeren uit de koelkast op je borsten leggen en/of paracetamol innemen.

In sommige situaties kan kolven ook een uitkomst bieden. Doe dit echter alleen in overleg met ons. Het kan namelijk ook voor meer ongemak zorgen in bepaalde situaties.

Pijnlijke tepels en tepelkloven
Pijnlijke tepels en tepelkloven voorkom je door je kind goed aan de borst te leggen en ervoor te zorgen dat je kind jouw hele tepel en tepelhof in zijn/haar mond heeft. De kraamverzorgster zal je dit gaan aanleren. Als je kind de borst niet goed pakt of veel sabbelt, dan kunnen de tepels kapot gaan. Haal je kind dan ook van de borst op het moment dat het niet meer actief drinkt, maar enkel aan het sabbelen is. Dit gaat namelijk ten koste van jouw eigen tepels.
In de eerste dagen na de bevalling is het normaal dat je tepels wat gevoelig kunnen zijn. Dit komt door de gewenning aan het zuigen van je kind.
Als het aanleggen en drinken continu pijn doet, is het soms een uitkomst om een bepaalde tijd niet aan te leggen, maar te kolven. Als de wondjes genezen zijn, kan je weer beginnen met aanleggen.
Als je je kind ondanks een kapotte tepel toch kan blijven aanleggen, dan kan het zijn dat er met de borstvoeding wat bloed meekomt. Dit is niet schadelijk voor je kind. Wel kan het zo zijn dat de ontlasting wat donkerder wordt of dat er met spugen wat bloed bij de melk zit. Schrik hier niet van.

Er bestaan verschillende verzorgende crémes voor tepelkloven, zoals Bepanthen, Purelan, Goldcreme en Lanolinezalf.

Spruw
Soms worden pijnlijke tepels veroorzaakt door een schimmel (candida). De tepel ziet er dan vaak rood en glanzend uit en het voelt alsof er allemaal kleine naalden in de tepel/borst worden geprikt. Vaak wordt de pijn ook niet minder als je gaat kolven. De schimmel kan bij je kindje een witte aanslag in het mondje veroorzaken. Als de witte aanslag door de melk wordt veroorzaakt, dan kan je deze wegvegen met een gaasje. Als de witte aanslag veroorzaakt wordt door spruw dan kun je deze niet wegvegen met een gaasje.

Spruw in de mond van je kind is niet gevaarlijk, maar kan kan wel pijnlijk of lastig zijn. Vaak laten kinderen met spruw de borst of fles dan ook vaker los, omdat het lastig voor ze is aan een stuk door te drinken. De huisarts kan je medicatie voorschrijven om de spruw bij jezelf en je kind te behandelen. Het is belangrijk dat zowel moeder als kind behandeld worden om kruisbesmetting tegen te gaan.

Borstontsteking
Als je last hebt van een pijnlijke, rode, harde plek in je borst en je hebt een grieperig gevoel met beginnende koorts, dan heb je een dreigende borstontsteking.
Een borstontsteking ontstaat door een verstopte melkklier. Deze verstopping van een melkklier ontstaat meestal doordat de borst niet goed wordt leeggedronken. Om een borstontsteking te voorkomen is het belangrijk om rode, harde plekken in je borst op tijd te ontdekken en leeg te masseren tijdens het voeden. Ook het aanleggen in veel verschillende houdingen kan een borstontsteking voorkomen. De borst wordt dan aan alle kanten een keer goed leeg gedronken.
Als er sprake is van een dreigende borstontsteking, adviseren we je het volgende:

  • neem voldoende rust
  • voed of kolf frequent, zeker iedere drie uur
  • leg voor een voeding warme compressen op je borst
  • laat de borsten goed leegdrinken of kolf ze een keer helemaal leeg
  • masseer de harde of rode plekken tijdens de voeding
  • koel je borst na de voeding met koude compressen
  • neem paracetamol tegen de koorts

Neem contact op met de dienstdoende verloskundige als je symptomen hebt van een dreigende borstontsteking. Door op tijd actie te ondernemen, voorkom je vaak een daadwerkelijke borstontsteking. Op het moment dat je een borstontsteking hebt, dan kan het soms nodig zijn om deze te behandelen met antibiotica die gecombineerd kan worden met de borstvoeding.

Voor de duidelijkheid; bij een (dreigende) borstontsteking kan je kind de melk gewoon blijven drinken. Het kan een andere smaak hebben voor je kind, maar blijft de beste voeding.

Buik

Vooral bij snelle bevallingen zijn naweeën een veel voorkomende klacht. Naweeën zijn samentrekkingen van je baarmoeder die ervoor zorgen dat je baarmoeder snel weer terugkeert naar de originele grootte en plek (achter het schaambeen). Dit maakt dat het bloedverlies ook snel verminderd. Nawee�n stoppen vaak vanzelf na de eerste 24 tot 72 uur. Hoe vervelend naweeën ook zijn, ze hebben dus een doel. Ter verlichting kun je paracetamol nemen (maximaal 6 x 500 mg per 24 uur, ook met borstvoeding) en een warme kruik op je buik leggen.

Onderbuikpijn kan een symptoom van een blaasontsteking zijn. Vaak plas je dan ook kleine beetjes, ervaar je pijn tijdens het plassen en heb je soms ook temperatuursverhoging (37,5 – 37,9 °C). Heb je een van deze klachten, licht de dienstdoende verloskundige hierover in op de dienstmobiel.

Buikpijn kan ook veroorzaakt worden door een (beginnende) baarmoederontsteking. Vaak is de buik onder de navel dan zeer gevoelig bij aanraking. Een baarmoederontsteking gaat gepaard met koorts (>38°C) en soms ook met stinkend bloedverlies. Bij deze klachten dien je ons ook altijd in te lichten.

Benen

Na je bevalling kan het zo zijn dat je benen nog wat dikker zijn door het vocht. Het meeste vocht plas je de eerste week uit waardoor je benen weer slanker worden.

Wat vocht in je benen zonder andere klachten is niet verontrustend. Bij de volgende klachten vinden we het belangrijk dat je ons op de hoogte brengt, vanwege het feit dat we dan controle willen uitvoeren om een trombosebeen uit te sluiten:

  • pijn in een kuit en een zwaar gevoel of prikkeling in een been
  • oedemateus (opgezet met vocht) been, warm met een strakke huid
  • lichte temperatuursverhoging (37,5 – 37,9 °C)
  • gezwollen been, bleek en koud
  • rode, warme specifieke plek op een been

Bloedverlies

Vloeien na de bevalling is heel normaal. Het bloed wat je verliest is afkomstig van de wond die de placenta (moederkoek) achterlaat in je baarmoeder. Naarmate de baarmoeder meer naar zijn oorspronkelijke grootte en plek zakt, neemt het bloedverlies ook af. De eerste dagen zijn vaak het hevigste. Je kunt dan ook wel eens flinke stolsels verliezen ter grootte van een kleine sinaasappel, bijvoorbeeld als je na lang liggen weer opstaat. Schrik hier niet van.
In de dagen en weken na de bevalling neemt het bloedverlies af. Ook gaat de kleur veranderen van helderrood bloed naar donkerbruin bloed en uiteindelijk gelige afscheiding (laatste wondvocht). Het is mogelijk dat zodra jij weer wat actiever wordt, het bloedverlies ook weer wat toeneemt. Het bloedverlies kan vier tot zes weken na de bevalling aanhouden. Bij sommige vrouwen is het na twee weken alweer gestopt, andere vrouwen lopen er langer mee. Op het moment dat je nog steeds vloeit na zes weken raden we je aan om contact met ons op te nemen.

Je verliest te veel bloed als je binnen het halfuur je maandverband moet wisselen, omdat het vol is. Bel ons dan direct op het nummer van de dienstmobiel.

Kraamtranen en stemmingswisselingen

Meer dan de helft van de kraamvrouwen heeft last van kraamtranen. Je herkent ze aan plotselinge stemmingswisselingen en/of onverwachtse huilbuien.
De hormonen gieren door je lijf, de vermoeidheid slaat toe en onzekerheid speelt ook een belangrijke rol. De meeste vrouwen hebben op de 3e dag tot de 5e dag na de bevalling last van kraamtranen. Om het minste geringste kun je in tranen uitbarsten. Gelukkig gaat dit vanzelf weer over. Plan op deze dagen zo min mogelijk visite en doe het rustig aan. Lucht je hart bij je partner, vriendinnen of bij één van ons.

Anders is het als de emoties alles gaan overheersen en je je langer dan een paar dagen niet ‘happy’ voelt. Denk aan bijvoorbeeld veel huilen, angst hebben, prikkelbaar zijn, veel piekeren en slecht slapen. Wanneer je geen plezier meer beleeft aan dingen waar je voorheen wel plezier in had en het gevoel hebt helemaal alleen te staan met je emoties, is het belangrijk dat je contact zoekt met een hulpverlener. Dit kan iemand van ons team zijn, maar ook bijvoorbeeld de huisarts.
Belangrijk om te weten is dat we je een luisterend oor willen bieden en samen met jou kunnen kijken of je meer begeleiding nodig hebt om weer uit dat dal te klimmen.

www.perfectemoedersbestaanniet.nl
www.lief-liever-liefst.nl/

Aambeien

Last van aambeien is een veel voorkomende klacht in de zwangerschap en kort na de bevalling. In de zwangerschap wordt dit vaak veroorzaakt door moeizamere ontlasting en in het laatste trimester doordat er veel druk op de bekkenbodem staat. Na de bevalling kunnen aambeien wat toegenomen zijn door het persen tijdens de uitdrijving.

Veel drinken, beweging en vezelrijk eten houdt de ontlasting zo soepel mogelijk. Zo heb je minder last van aambeien. Als je toch veel last van aambeien hebt, kan je Curanol zalf en tabletjes gebruiken. De zalf werkt pijnstillend en verzacht. De tabletjes zorgen dat de aambeien sneller kleiner worden en verdwijnen.

Op de praktijk is altijd een voorraad van Curanol aanwezig. De dienstdoende verloskundige heeft vaak ook een voorraad bij zich tijdens het rijden van de visites. Dus heb je Curanol nodig, vraag ernaar.

Ontlasting

De eerste dagen na de bevalling moet je ontlastingspatroon weer op gang komen. Het is normaal dat je de eerste vier dagen nog geen ontlasting hebt. De meeste vrouwen zien op tegen de eerste stoelgang, omdat het gebied rondom je anus en vagina nog pijnlijk is. Weet dat de hechtingen niet zomaar los kunnen gaan, dus stevig vastzitten.

Drink voldoende en eet vezelrijk. Lijnzaad door de yoghurt, kiwi’s op een nuchtere maag of Roosvicee Laxo kunnen ook een positieve uitwerking hebben. Als je aandrang voelt voor de stoelgang neem hier dan de tijd voor en stel het niet uit.
Indien je op dag vijf nog geen stoelgang hebt gehad, raden we je aan om op deze dag Microlax te gebruiken. Dit is vrij verkrijgbaar bij de apotheek.

Plassen

Het is belangrijk dat je binnen zes uur na de bevalling een keer spontaan hebt geplast. In het geval dit niet is gelukt, dien je ons altijd te bellen op het nummer van de dienstmobiel. Het is dan belangrijk dat de blaas door ons geleegd wordt met een katheter. Drink daarom in de uren na de bevalling goed en probeer onder de douche te plassen.

Indien je tijdens of na de bevalling een katheter hebt gehad, heb je wat meer kans op een blaasontsteking in je kraamweek. Merk je dat je kleine beetjes plast, pijn bij het plassen ervaart of temperatuursverhoging hebt (>37,5 °C graden), laat dit dan altijd aan ons weten. Zonodig adviseren we een urinecontrole bij de huisarts om een blaasontsteking uit te sluiten.

De eerste periode na je bevalling kun je last krijgen van incontinentieklachten. Je kunt op ongewilde momenten kleine beetjes urine verliezen. Dit komt doordat je tijdelijk de controle over je bekkenbodemspieren kwijt bent. Belangrijk is dat je weer begint om je bekkenbodemspieren te trainen in de kraamweek. Begin rustig en bouw dit langzaam op. Daarnaast moet je jezelf aanleren om ongeveer acht keer per dag naar de wc te gaan. Daarmee kan je blaas het gevoel van ‘aandrang’ weer terugkrijgen. Heb je na drie maanden na de bevalling nog steeds last van ongewild urineverlies, dan raden we je aan om via je huisarts een verwijzing naar een bekkenbodemfysiotherapeut te vragen.

Bekken en rug

Klachten aan je bekken en/of je rug zijn na een bevalling helaas niet ineens voorbij. Al zijn de zwangerschapshormonen verdwenen, het duurt vaak een tijd voordat de verbindingen tussen de botten weer hun oude stevigheid terug hebben.
Daarnaast is er een extra belasting bijgekomen: het optillen en dragen van je kind.

Dit betekent dat alle adviezen die in de zwangerschap van kracht waren, ook nog na de bevalling gelden. Ook hier moet je schipperen tussen te veel rust met spierverslapping als gevolg en te veel activiteit met toename van pijn als gevolg. In ieder geval is het de eerste week verstandig de bekkenband nog te dragen. Vermijd in deze tijd het nemen van grote stappen (in en uit het bad stappen), trappen lopen en op één been staan (bij aan- en uitkleden). Wel is het zinvol om vanaf de tweede dag minstens eenmaal per dag een klein stukje te lopen en even in een stoel te zitten. Liggend voeden van de baby voorkomt onnodige inspanning. Naarmate de pijnklachten verminderen kun je de activiteiten geleidelijk uitbreiden. Het is de bedoeling dat de klachten langzaam minder worden. In ieder geval mag je verwachten dat het elke maand weer een stuk beter gaat. Voor zover bekend heeft het geven van borstvoeding of het gebruik van de pil geen invloed op het herstel van de klachten. Bij stress, menstruatie en vermoeidheid nemen de klachten vaak tijdelijk weer toe. Het is verstandig al tijdens de zwangerschap na te denken over aanvullende hulp thuis in aansluiting op de kraamzorg.

Indien de klachten nog dusdanig hevig zijn aan het einde van de kraamweek raden we je aan om contact op te nemen met een fysiotherapeut.

Sommige vrouwen hebben ook veel last van hun stuitje na de bevalling. We raden je aan om een zitring bij de Thebe thuiszorgwinkel te laten halen en hier de eerste dagen op te gaan zitten ter ontlasting van je stuit. Indien de klachten niet vanzelf verminderen, adviseren we je je te laten adviseren door een fysiotherapeut.